Welmoed Wagenaar
Erfgoed, religie en… fantasy?
14 mei 2026, Hemelvaartsdag. Ik zit op een stoel in het midden van de Nijmeegse Stevenskerk, maar niet om een kerkdienst bij te wonen. Zoals zoveel kerken in Nederland is het gebouw herbestemd als evenementenlocatie, en dat is vandaag goed te merken. Een groot deel van het publiek is uitgedost in middeleeuws-ogende tunieken en mantels, draagt opvallende make-up en elvenoren, of vertoont vleugels, geweien of een bontstaart. Langs de muren staan kraampjes waar je boeken, kunstwerken, zelfgemaakte accessoires of baksels kunt kopen. Verschillende plekken in de kerk zijn ingericht met kussens waar je kunt ‘boekproeven’ of kunt luisteren naar een verhalenverteller. Het koor – daar waar normaal het altaar staat – is omgedoopt tot ‘Gamekoor’: je kunt er bordspellen kopen, Warhammer-miniaturen schilderen, of korte Dungeons & Dragons-sessies spelen. Buiten de kerk staan nog veel meer marktkramen opgesteld, en ook op andere plekken in de stad kun je lezingen, workshops en andere activiteiten bijwonen. Dit is fantasyfestival Novio Magica, afgeleid van de naam Noviomagus die Nijmegen droeg in de Romeinse tijd.
Fantasyfestivals en -fairs zijn razend populair. Op websites zoals DagjeWeg.NL en GeekAgenda kun je er zoveel vinden, dat je van grofweg april tot oktober bijna ieder weekend wel op pad kunt. Zo is er Novio Magica met als hoofdlocatie de Stevenskerk, maar ook Elfia bij de kastelen van Vorden (eerder De Haar) en Arcen, Castlefest bij Kasteel Keukenhof, Magisch Samhein in vestingstad Bourtange, en organiseert openluchtmuseum Archeon Midwinter en Midzomer fairs waar ‘fantasie en historie samenkomen’.
Het is een treffende leus. Want wat bovenstaand lijstje laat zien, is dat fantasyfestivals verrassend vaak plaatsvinden op erfgoedlocaties zoals museumparken, vestingsteden en monumentalen gebouwen. Op zulke plekken, tijdens zulke evenementen, lijken geschiedenis, religie en populaire cultuur op bijna vanzelfsprekende wijze met elkaar vervlochten te zijn. Voor ons in het MAKEBELIEF-project roept dat vragen op. Waarom zou een museumpark als Archeon, dat volgens een bord bij de ingang een ‘ideële instelling [is], niet gericht op het maken van winst, maar geheel ten dienste van de samenleving voor het behoud van het maatschappelijk erfgoed’, een fantasyfair organiseren? Waarom zou een herbestemde kerk – doorgaans plekken die toch wel selectief zijn in het type evenementen dat ze toestaan – openstaan voor het huisvesten van een fantasyfestival?
‘Alles begint met verbeelding’
Terug naar de Stevenskerk. Mijn stoel staat naast een opgebouwde catwalk waar later die middag de Cosplay Catwalk zal plaatsvinden, een kostuumwedstrijd waarbij mensen als fictieve personages voor een jury en enthousiast publiek poseren. Ik luister naar de muziek die de organist met verve aan het spelen is (ik herken soundtracks van de films How to Train Your Dragon, Twilight en The Lord of the Rings) terwijl ik wacht op de openingspreek.

Ja, dat lees je goed: de openingspreek. Vanaf het preekgestoelte wordt het festival namelijk geopend door Roderick Vonhögen, bekend van sociale media als Father Roderick. Hij is katholiek priester en, zo benadrukt hij even later ook in zijn preek, een groot fantasy- en sciencefictionfan. Voor hem gaan die twee prima samen, want, zo legt hij uit, ‘Alles begint met verbeelding. Iedere kathedraal, ieder ruimteschip, ieder kunstwerk, ieder verhaal, iedere uitvinding begon ooit als een idee in het hoofd van iemand die durfde te dromen over iets dat nog niet bestond.’[1] Het sluit mooi aan bij het motto van het festival dit jaar, een speling op de opening van Bijbelboek Genesis: ‘In the beginning there was imagination.’
Het is een aanknopingspunt voor wat deze plekken en evenementen met elkaar verbindt: verbeelding. Of misschien preciezer: ons vermogen om ons werelden te kunnen voorstellen die anders zijn dan het hier en nu – en om ons daarin onder te (laten) dompelen.[2]
Hoe fans verhaalwerelden beleven
In het geval van fantasyfans is dat niet zo vergezocht. In het medialandschap van vandaag vinden we talloze boeken, films, series en games waarin werelden worden verbeeld die tot leven komen voorbij de grenzen van één enkel medium. Transmedia, heet dat. De continenten Midden-aarde of Westeros, de sterrenstelsels van Star Wars, Star Trek of Dune, de Wizarding World van Harry Potter – het zijn werelden met eigen regels, geschiedenissen, geografieën, moraliteiten en personages. Zulke bouwstenen maken dat een fictieve wereld als echt kan aanvoelen en vormen een omgeving waarin verschillende verhalen zich kunnen afspelen.
Fans laten zich graag in zulke werelden meeslepen. Door bijvoorbeeld discussies op online forums, het opstellen van fan wiki’s, en het maken van eigen kunstwerken en verhalen gebaseerd op de bestaande verhaalwereld (fanart en fanfictie) worden verhaalwerelden steeds verder uitgebreid en komen ze tot leven. Het kopen en gebruiken van merchandise en het doen aan cosplay – kort voor costume play, een speelse praktijk waarbij mensen zich in zelfgemaakte of zelf samengestelde kostuums verkleden als fictieve personages – zijn andere manieren waarop een verhaalwereld onderdeel kan worden van fans’ leven of eigen kan worden gemaakt. Die fictieve personages komen van een bestaande franchise of kunnen originele, zelfbedachte personages zijn.
Cosplay op festivals
Op fantasyfestivals is cosplay voor veel bezoekers een belangrijk onderdeel van de ervaring. Niet alleen is het bewonderen en herkennen van andermans cosplays leuk om te doen, het draagt naast de livemuziek ook bij aan de sfeer (iedereen is verkleed!) en is een makkelijke manier om contact te leggen. Je kunt in het openbaar vervoer bijvoorbeeld direct medefestivalgangers herkennen.
Daarnaast is het onderdeel van wat fanwetenschapper Rebecca Williams ‘anticiperende arbeid’ noemt, waarbij de beleving al ver voor aanvang begint. Je moet immers nadenken over een personage, kleding en accessoires maken of aanschaffen, en op tijd opstaan om je om te kleden en op te maken voordat je op pad gaat. Religieuze personages zoals monniken, nonnen en priesters worden hierbij trouwens niet geschuwd – Father Roderick vertelde in zijn openingspreek hoe iemand tijdens fantasyfestival Elfia hem complimenteerde met zijn ‘kostuum’. Er zou zelfs een echte priester rondlopen!
De immersieve draai van erfgoedinstellingen

Het bouwen en verbeelden van een wereld die anders is dan het dagelijks leven, is iets wat erfgoedlocaties ook steeds meer doen. Neem museumpark Archeon. In dit openluchtmuseum ‘stap [je] midden in de geschiedenis’, aldus de website, om te ontdekken ‘hoe het vroeger was’. In het park staan reconstructies van gebouwen en huisraad uit de prehistorie, de Romeinse tijd en de middeleeuwen. Zogenoemde ‘Archeotolken’ spelen in gepaste kleding de inwoners van de historische dorpen, beoefenen verschillende ambachten en geven uitleg aan bezoekers. Het is niet een museum waar je stilletjes naar objecten achter glas kijkt (dat zijn de meeste musea niet meer, zie ook onze blogpost over het participatieve museum), maar een park waar je wordt uitgenodigd om in werelden van het verleden te duiken. Je kunt leren zwaardvechten, brood bakken boven open vuur, als Romeins legionair in uniform exerceren, en met kaproen op meelopen en -zingen in religieuze processies.
Je zou kunnen stellen dat openluchtmusea al decennia doen wat Jenny Kidd meer recentelijk de ‘immersieve draai’ van de erfgoedsector heeft genoemd. Musea en erfgoedlocaties zetten verschillende digitale én niet-digitale media steeds vaker in om immersieve ervaringen teweeg te brengen waarbij je, al is het maar voor even, in een andere wereld stapt. Voorbeelden alom op deze blog.
Fantasyfans: toch zo gek niet
Dat erfgoedplekken die sterk de nadruk leggen op het verbeelden van bepaalde werelden – een tijdsperiode, cultuur of religie – een enthousiast publiek vinden in fantasyfans is dus niet zo gek. Fans staan open voor immersieve ervaringen en zijn bedreven in het omgaan met en toepassen van technieken die bedoeld zijn om je in een andere wereld onder te dompelen. Dat betekent overigens niet dat immersie altijd slaagt of per definitie onkritisch is: juist fans kunnen vanuit hun passie veeleisend en zeer teleurgesteld zijn als immersieve technieken of verhaalwendingen niet naar verwachting zijn.
Die variatie in ervaringen en hoe dat precies in zijn werk gaat, daar doen we in MAKEBELIEF onderzoek naar. We gaan naar fantasyfestivals en openluchtmusea om zelf te ervaren hoe dat is, om te observeren wat er allemaal gebeurt en om met bezoekers, artiesten en medewerkers te spreken over hun ervaringen. Dat maakt fantasyfestivals een boeiende casus om relaties tussen erfgoed, religie en fandom te onderzoeken. Om zo, uiteindelijk, beter te begrijpen hoe verbeelding vandaag de dag vorm krijgt.
[1] Je kunt de geschreven versie van Father Rodericks preek hier teruglezen.
[2] Ik schrijf hier ook over in mijn proefschrift over verbeelding in het dagelijks leven van fans. Daarin noem ik dit de ‘subjunctive mode’, een concept dat ook is gebruikt door antropologen zoals Victor Turner en André Droogers. Zij gebruikten het om (religieuze) rituelen beter te begrijpen.











